Uiteenzetting stafvergadering gynaecologie AZ Sint Blasius Dendermonde

Na overleg over een casus werd bij de gynaecologen van AZ Sint Blasius te Dendermonde de interesse gewekt omtrent wat Ilse als osteopaat kan betekenen binnen het gynaecologische werkveld. Ze werd uitgenodigd een uiteenzetting te brengen tijdens de stafvergadering. Over volgende indicaties hebben we het gehad vanuit beide perspectieven, om op die manier een nog betere zorg te kunnen bieden.


1. Bekkeninstabiliteit tijdens de zwangerschap

Welke klachten zien we?

  • pijn ter hoogte van sacro-iliacale gewrichten (de 2 kuiltjes achteraan je onderrug) of het schaambot
  • deze pijn wisselt soms van links naar rechts (dan “instabiliteit”), wat een verschil is met verschil is met een “blokkade”), en/of de zwangere heeft een soort van “eendegang”
  • lage rugpijn of heuppijn
  • pijn in de bilstreek die soms uitstraalt naar het been
  • algemeen vermoeid gevoel, hoofdpijn, nekpijn: door de chronische pijn
  • bijkomend: urine-incontinentie
  • hypermobiliteit
  • hinder bij staan (voornamelijk op 1 been), lopen, trappen gaan, in/uit bed of auto komen, omdraaien in bed, zwemmen, vrijen, kind opnemen, fietsen …

Waarom gaat de osteopaat deze behandelen ?

We willen het comfort van de moeder verbeteren, de arbeidsduur verminderen (tot 4u).

Een bekken dat correct beweegt (en de schedelbotjes die correct bewegen) geeft een vlottere bevalling, zowel de natuurlijk hormonale inductie verloopt vlotter, als de mechanische passage.
In een eerste fase komen de weeën op gang door een orgaantje in de schedel, namelijk de hypofyse, die de juiste hormonen vrij geeft.

Op een bepaald moment moet het babyhoofdje dalen tegen het heiligbeen om te roteren en komt er druk op wel bepaalde structuren (de parasympathische ganglia), waardoor er verdere contracties van de baarmoeder ontstaan.

Als het bekken geblokkeerd is, komt de baby niet tegen het heiligbeen, is komt de 2e fase moeilijk op gang. Vaak stopt de bevalling dan wat op 3-4 cm ontsluiting.

We hebben er dus alle belang bij dit op voorhand te controleren en behandelen.

Daarnaast heeft dit correct bekken een gunstige invloed op de baby.

Tijdens het geboorteproces ondergaat de schedel van de baby belangrijke adaptaties om passage door het geboortekanaal mogelijk te maken. Dit benadrukt het belang van een optimale mobiliteit van het bekken, zodat bijvoorbeeld er geen afplattingen van dit hoofdje ontstaan of een voorkeurshouding.


2. Postnatale indicaties

  • pijn: soms is het nodig te behandelen ter hoogte van litteken van een keizersnede of bij inwendige verklevingen, omwille van de pijn ter hoogte van de onderbuik of om latere rugpijn te voorkomen
  • blaasdysfuncties: indien er verklevingen ter hoogte van de blaas (en de aanhechtingen ervan) aanwezig zijn, is er een minder goede vulling en lediging van de blaas, met gevolgen als incontinentie, een branderig gevoel zonder bacteriën in de blaas, overmatige drang om te plassen. De osteopaat met specialisatie hierin kan deze verklevingen in-of uitwendig behandelen.
  • pijn ter hoogte van het staartbeentje: tijdens de bevalling beweegt het staartbeentje naar achter en weer terug , soms veert het te ver naar voor terug , wat nadien pijn geeft bij zitten, de osteopaat gaat dan in een aantal sessies dit terug vrij proberen krijgen.
  • borstvoedingsproblemen of zuigmoeilijkheden bij de baby: deze kunnen ontstaan doordat oa.de mondbodem en het tongbeentje van de baby gefixeerd zit, de tong kan dan onvoldoende druk geven op de speen of tepel, waardoor geen vacuum ter hoogte van het gehemelte ontstaat. Via zachte technieken maakt de baby-osteopaat dit vrij. Ook de schedel zelf, de vorm van het gehemelte en het middenrif worden best zo snel mogelijk behandeld.

3. Vaginisme en dyspareunie: 

Pijn bij vrijen kan veroorzaakt worden door een verminderde mobiliteit van de baarmoeder of door fixaties ervan, via manuele technieken kan dit vrijgemaakt worden. Daarnaast is de correcte positie van het bekken nodig om een vrij bewegende bekkenbodem te hebben. Ook inwendige verklevingen kunnen behandeld worden.


4. Endometriose en adenomyose: 

Deze complexe problemen vragen een multidisciplinaire aanpak en een correcte diagnose door de arts, de rol van de osteopaat is hierin het vrijmaken van de beweeglijkheid van de baarmoeder en het behandelen van pijnpunten in de organen van de onderbuik, vaak ook na een operatie hiervan, om zo het comfort te verbeteren.


5. Ondersteuning bij fertiliteitsproblemen of een traject in de fertiliteitskliniek: 

De osteopaat gaat op welbepaalde momenten zorgen voor een goed doorbloede en mobiele baarmoeder en de onderbuik om zo de innesteling te faciliteren. Ter hoogte van de schedel worden technieken gebruikt om de hypofyse te stimuleren (te weinig progesteron zorgt voor innestelingsproblemen) en stressreductie te krijgen.


6. Pijnlijke maandstonden bij jonge meisjes: 

Naast een hormonale dysbalans en onvoldoende uitrijping, is ook hier een verminderde mobiliteit van de baarmoeder, de oorzaak van krampen en pijn bij jonge meisjes. In dit geval worden ze met minimaal invasieve technieken uitwendig behandeld. Ook het beenderig bekken wordt gecontroleerd en de schedel, ter stimulatie van de hypofyse, wat voor jonge meisjes een wereld van verschil kan maken.

Het werd een boeiend overleg waarbij vragen en aan beide kanten beantwoord konden worden en linken werden gelegd naar de consultatie en/of operatie bij de gynaecoloog. Een belangrijk gegeven blijft overleg en communicatie tussen de zorgverstrekkers die een zelfde taal spreken, zodat geen misverstanden ontstaan en de patiënt zich zo goed mogelijk omringd voelt.

keyboard_arrow_up
menu